individueel
Het verhaal achter het verhaal: 'Roberto en de Incredibles'
Rob is ruim 5 jaar. Hij is de oudste van twee kinderen. Sinds Rob op school zit en er eisen aan hem gesteld worden, is hij onzeker geworden over zijn eigen kunnen. Hij vraagt daarom veel bevestiging van zowel volwassenen als van kinderen. Rob wil op school graag goed presteren en vindt het moeilijk te accepteren dat hij iets (nog) niet kan. Dit leidt soms thuis tot woede-aanvallen. Een bekende uitspraak van Rob is dat niemand van hem houd en dat hij geen vrienden heeft. Rob vergelijkt zichzelf met de stoerste jongetjes uit de klas. Hij vindt het belangrijk wat anderen (jongetjes) van hem vinden. Hij wil er zelf stoer uit zien door middel van zijn kleren. Rob kan goed zeggen wat hij vindt. Hij is sportief. Houdt van fietsen, rennen en buitenspelen. Zijn grote voorbeeld, zijn held, is Dash van de Incredibles. Rob zou willen dat de Incredibles echt bestonden en dat hij dan bij ze kon komen wonen. De vraag van de ouders is om door middel van een verhaal Rob sterker te maken zodat hij meer zelfvertrouwen krijgt. Als Rob bij mij komt in de Verhalenpraktijk vraagt hij of ik een verhaal over de Incredibles wil schrijven. Het moet precies een uur duren want het echte verhaal op CD duurt ook een uur. Rob kan mij precies vertellen waar het verhaal over moet gaan en hoe de vijand vernietigd moet worden. Aan Rob is het verhaal twee weken lang elke avond, op zijn eigen verzoek, voor het slapen gaan voorgelezen. Op een avond zegt Rob tegen zijn vader dat hij niet alles zo goed kan als anderen maar dat hij ook geheime superkrachten heeft. Hij kan namelijk heel hard rennen. Na die uitspraak wil Rob 's avonds niet meer voorgelezen worden.
Rob's ouders vinden dat Rob, na het verhaal, zelfverzekerder is geworden en beter in zijn vel zit. Hij accepteert dat hij bepaalde dingen niet kan en is trots op de dingen die hij wel kan. Op onverwachte momenten pakt hij zijn verhaal en moet het voorgelezen worden.
|